Artikel · 17 januari 2026
Door Mischa Harmeijer
Al enkele jaren heeft de term "overgevoeligheid" zich in het dagelijks taalgebruik gevestigd. Hij duidt mensen aan die dingen intens voelen, hun omgeving subtiel waarnemen en zich vaak in een staat van mentale vermoeidheid, emotionele uitputting of diepe onaansluiting bij de hedendaagse wereld bevinden.
Hoewel dit woord veel mensen heeft geholpen zichzelf te herkennen en een naam te geven aan wat ze beleven, heeft het geen bevredigend antwoord geboden. Het beschrijft een waarneembare toestand, maar verklaart noch de diepere oorsprong, noch de functie, en vooral niet hoe deze te begrijpen en te transformeren. Overgevoeligheid benoemt een gevolg, zonder licht te werpen op het mechanisme dat het voortbrengt.
Door meer dan twintig jaar observatie en veldwerk heeft zich één werkelijkheid opgedrongen: een groot deel van het lijden dat met overgevoeligheid gepaard gaat, is noch een aandoening, noch een individuele kwetsbaarheid. Het is het symptoom van een mismatch tussen bepaalde vormen van menselijke perceptie en het dominante denkmodel van onze moderne westerse samenleving.
Onze samenleving berust op een overwegend rationeel, gefragmenteerd en utilitair denken. Ze geeft voorrang aan het meetbare, het zichtbare en het beheersbare, en neigt ertoe de mens te herleiden tot cognitieve, biologische of gedragsfuncties.
Dit model heeft aanzienlijke vooruitgang mogelijk gemaakt, maar het heeft ook het essentiële terzijde gelaten: de fundamentele wetten van de natuur en van de schepping, dat wil zeggen de universele principes van orde, evenwicht, onderlinge afhankelijkheid en samenhang die het levende structureren.
Door zich van deze fundamenten los te snijden, heeft ons denksysteem geleidelijk het vermogen verloren om de mens binnen het geheel van de werkelijkheid te plaatsen. Het biedt geen duidelijke plaats meer aan het bewustzijn, aan verruimde perceptie, noch aan de onzichtbare — maar wel structurerende — dimensies van de menselijke ervaring. Dit ontbreken van een kader brengt een dwalend denken voort, dat niet in staat is bepaalde vormen van beleving te integreren zonder ze te reduceren of te pathologiseren.
Sommige mensen ontwikkelen — soms al heel vroeg, soms na ingrijpende gebeurtenissen — een ruimere waarneming van de werkelijkheid. Ze voelen emoties, intenties en relationele en omgevingsdynamieken scherp aan. Ze nemen waar wat niet altijd geformuleerd, zichtbaar of onmiddellijk verklaarbaar is.
In een samenleving die deze niveaus van waarneming niet erkent, wordt dit vermogen een bron van desoriëntatie. Het individu blijft achter zonder taal, zonder kader, zonder houvast om te begrijpen wat het beleeft. Overgevoeligheid wordt dan een gemakkelijk, maar ontoereikend etiket, dat een complexere werkelijkheid verhult.
Het lijden komt niet voort uit de perceptie zelf, maar uit het ontbreken van een structuur om haar te integreren, te rangschikken en te stabiliseren.
Ik heb het begrip "perceptibiliteit" geïntroduceerd om dit natuurlijke menselijke vermogen aan te duiden om de werkelijkheid op meerdere niveaus waar te nemen — emotioneel, relationeel, intuïtief, soms informationeel — voorbij de louter fysieke zintuigen.
Perceptibiliteit is geen gave, geen overtuiging en geen mystieke afdwaling. Ze komt overeen met een opening van het bewustzijn die, zonder begrip, overweldigend kan worden, maar die, met een kader, een methode en discipline, gestructureerd en gestabiliseerd kan worden.
Perceptibiliteit begrijpen betekent de mens herintegreren in een ruimere orde dan die welke wordt opgelegd door een uitsluitend rationeel denken. Het betekent erkennen dat het menselijk bewustzijn niet geïsoleerd is, maar ingeschreven staat in universele wetten die betekenis, richting en samenhang geven aan de levenservaring.
De uitdaging overstijgt ruimschoots het individuele geval van mensen die als overgevoelig worden bestempeld. Ze bevraagt ons collectieve vermogen om de plaats van de mens in het universum te herdenken, wetenschap, bewustzijn en natuur met elkaar te verzoenen, en begripskaders aan te reiken die geen extra verwarring veroorzaken.
Voor de betrokkenen verandert deze erkenning het innerlijke traject ingrijpend. Wat als een afwijking werd beleefd, wordt een vermogen om te begrijpen en te structureren. Wat uitputte, kan na verloop van tijd de levenservaring verrijken, relaties verfijnen, keuzes verhelderen en een stabiele innerlijke richting teruggeven.
Het gaat er niet om de geneeskunde te verwerpen, noch om wetenschap en spiritualiteit tegenover elkaar te zetten. Het gaat erom te erkennen dat bepaalde menselijke ervaringen hun volledige verklaring niet vinden binnen gedeeltelijke of gefragmenteerde kaders.
Overgevoeligheid vraagt vandaag om een bredere, striktere en meer integratieve reflectie. Niet om nieuwe overtuigingen te scheppen, maar om een misvatting recht te zetten en de mens een juiste plaats terug te geven in de orde van het levende en van de schepping.
Begrijpen is de werkelijkheid niet ontvluchten. Het is, integendeel, de enige manier om haar ten volle te bewonen.
Mischa Harmeijer
Ik zie het onzichtbare. Ik verklaar het rationeel. — Oprichter van Centre EPÉU
Laden…